Afstemming met het werkveld

De Nederlandse hogescholen leiden sinds jaar en dag engineers op die in binnen- en buitenland in heel verschillende velden werkzaam zijn, meestal sterk technologisch georiënteerd. Met de continue ontwikkelingen in de beroepspraktijk, de (technologische) wetenschappen (science & technology), ontwikkelt het kennisdomein voor hoger technisch opgeleiden zich razendsnel.

De technologische vakgebieden worden zowel dieper, bijvoorbeeld door de nanotechnologie en het materieonderzoek, als breder, omdat een beroep wordt gedaan op technologische kennis en oplossingen vanuit andere sectoren, zoals energie & milieu, zorg & welzijn, mobiliteit, veiligheid en de creatieve industrie & kunst.
De verbreding zagen we in de opkomst van nieuwe opleidingen en specialisaties, op de grens van technologie met andere disciplines en sectoren. Voor alle opleidingen geldt dat ze herkenbaar en transparant dienen aan te sluiten op de vraag vanuit de arbeidsmarkt, zowel kwalitatief als kwantitatief. Deze arbeidsmarkt zal ook de komende jaren krap blijven voor hoger technisch opgeleiden. Tegelijkertijd stijgt voor een aantal functies het vereiste startniveau.

In negen sectoren het verschil maken
Vanuit de economische positie van Nederland en een analyse van de arbeidsmarkt heeft de Nederlandse overheid een agenda opgesteld voor kennis en innovatie via het topsectorenbeleid. Daarin zijn negen sectoren benoemd waarin bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs samen het verschil moeten gaan maken, zowel nationaal als internationaal. Deze sectoren zijn: Water, AgroFood, Life Sciences, Chemie, High Tech Systemen & Materialen, Energie, Logistiek, Creatieve Industrie en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen.

In al deze sectoren spelen engineers met verschillende specialisaties een belangrijke rol. Voor alle sectoren en hun grensgebieden geldt dat er multidisciplinair gewerkt wordt, in een combinatie van onderzoeken en toepassen, denken en doen. Dit vraagt mensen met competenties zoals samenwerken met andere (niet technische) disciplines, creatief vermogen, fantasie & innovativiteit en een attitude van nieuwsgierigheid en exploreren.
De meeste werkgevers in de technologie en industrie werken samen met buitenlandse partners, leveranciers en/of afnemers. Een internationale oriëntatie is dus essentieel.

Landelijke afstemming met het werkveld
Het borgen van de beroepsontwikkelingen in de opleidingen op nationaal niveau vindt plaats via de landelijke afstemming met werkgevers en beroepsorganisaties en via netwerken van de Nederlandse hogescholen met (regionale) bedrijven.

De volgende landelijke organisaties zijn aangesloten bij het domein HBO-Engineering:

  • VNO-NCW: ondernemersorganisatie voor Nederlandse ondernemingen;
  • MKB NL: de ondernemersorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf;
  • FME, waaronder ook de FEDA en de Fedet: de onder­nemersorganisatie voor de technologische industrie;
  • Uneto-VNI: ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de elektrotechnische detailhandel;
  • De Koninklijke Metaalunie: ondernemersorganisatie van de metaalsector;
    Ingenieursvereniging KIVI-NIRIA: beroepsvereniging van ingenieurs en techniekstudenten;
  • NLIngenieurs (voorheen ONRI): Nederlandse branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus.

Deze werkgevers- en beroepsorganisaties spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van engineeringfuncties bij bedrijven en de afstemming hiervan op zowel de internationale technologische ontwikkelingen als de internationale context van bedrijven.